Empowermentprogramma

24-05-2018

Ler(n)ende Euregio daagt niveau 1 uit

Empowerment 2018

“Ik ga niet aan alles meewerken, hoor,” zegt Andreo als hij net is aangekomen met de bus bij de jeugdherberg Wolfsberg te Nütterden. Hij is Entreeleerling op het ROC Rijn IJssel en doet samen met negentien andere leerlingen uit Duitsland en Nederland mee aan deze tandem van Ler(n)ende Euregio. Sinds 2014 organiseert de Ler(n)ende Euregio met verschillende mbo’s en berufskollegs een ‘empowermentprogramma’ in de Euregio voor competentieontwikkeling en beroepenoriëntatie. Interreg V ondersteunt dit project. Wouter Groothedde van internationalisering van ROC Rijn IJssel: “Dit programma laat zien dat internationale uitwisselingen ook op niveau 1 kunnen”.

Tussen Kranenburg en Kleef kringelt de landweg tussen akkers vol knalgeel koolzaad een heuvel op. Op de top ligt een jeugdherberg, midden in het bos. Alleen het geluid van de wind is te horen en het gekwetter van vogels. Voor veel leerlingen is dit de eerste buitenlandervaring. Ze hebben elkaar een paar weken geleden voor het eerst ontmoet tijdens de eerste uitwisseling in Arnhem en vorige week tijdens de tweede uitwisseling in Mönchengladbach. Jürgen Baer, leraar: “Dat ze eerst elkaar kort van tevoren bezoeken voordat ze aan het tweedaagse programma in Wolfsberg meedoen, is belangrijk omdat de kans dan groter is dat ze één groep worden.” Dat de grens wegvalt tussen Nederlandse en Duitse jongeren, is een belangrijk streven van de uitwisselingen van Ler(n)ende Euregio. Onderwijsinstructeur Ellen Dolman: “Ze hebben vaak een bepaald beeld van Duitsland. Ze kijken niet verder dan de buitenkant. Dat willen we doorbreken. Ook willen we ze leren iets nieuws aan te pakken. Hier zijn ze echt weg uit hun vertrouwde omgeving.”

Veel talent

Onderwijsinstructeur Bas Boerboom vindt het belangrijk dat de leerlingen van de ‘hangstand’ in een actieve stand komen. Daar zorgt choreograaf Simon Turnwald wel voor. Twee dagenlang werkt de groep aan een nieuwe danschoreografie en een videoclip. Simon: “Thuis liggen sommigen vaak de hele dag op bed te roken en te netflixen. Hier ben je in een totaal andere omgeving en leer je iets nieuws. Deze jongeren zijn sowieso vaak extra op hun hoede. Dit programma gaat ze veel energie kosten, maar daar leren ze van en de ervaring is onvergetelijk.” Lisa, leerling van ROC Rijn IJssel, mompelt: “Ik weet niet wat ik precies moet verwachten. Ik zie er eerlijk gezegd een beetje tegenop.” Tijd om lang na te denken is er niet. Na het installeren in de kamers en uitleg van het programma, gaat de groep meteen door naar de danszaal in de oude kapel. Daar verwelkomt Simon hen met rapmuziek in een mooi verlichte ruimte. De ramen zijn verduisterd. “Dat doe ik omdat ze zich dan minder bekeken voelen,” zegt de dansleraar. De warming-up is pittig, de leraren verdwijnen stilletjes naar buiten. Simon zweept ze op. De groep ploft uiteindelijk met rode hoofden neer en lijkt nu al één groep. Dit is de passie van deze dansschooleigenaar die op deze jongeren afstraalt. “Ze hebben veel talent, maar ze moeten leren het positief in te zetten,” zegt hij. Zelf heeft hij ook een harde jeugd gehad en hij heeft veel levenservaring. Hij begrijpt deze jongeren daarom goed. “Ze werken in groepjes aan een dansscene en maken hiervan één videoclip. Vanavond gaan ze hun eigen fotoportret bewerken, daarna maken we een kampvuur. Op deze manier probeer ik bij de zachte kern te komen”. Sommigen komen ondertussen klagend de kapel uit, maar de meesten lachend. “Ik denk dat ik dit wel goed heb gedaan”, zegt een leerling tegen haar vriendin.

Beroepsoriëntering

In het programma is iedere ochtend aandacht voor beroepsoriëntering. In de ontvangstruimte staan vier ‘stations’ op lange tafels waarlangs de leerlingen in een carrousel kennismaken met  beroepen middels een opdracht. De opdrachten zijn uiteenlopend: van servetten vouwen tot de elektriciteitsdraden van een fietslamp monteren. Dit doen ze samen met een toegewezen Duitse of Nederlandse buddypartner. Bij het servetten vouwen zit Roberto: “Ik spreek een beetje Duits en goed Engels, dus met elkaar praten gaat prima,” zegt hij tevreden. “Deze opdracht vind ik niet zoveel aan. Ik wil namelijk timmerman worden. Ik droom ervan een eigen huis te bouwen op Miami Beach.” Een ander buddystel is stilletjes namen aan het intypen in een Excel formulier. Als de fietslamp aan de andere kant van de lange tafel gaat branden, klinkt er gejuich.

De middag staat weer in het teken van dans. Alleen een Duitse kleuterklas die ook in de jeugdherberg verblijft is getuige van de mentale krachtinspanning van deze jongeren en gluurt om de hoek mee. Het duurt niet lang of een paar leerlingen krijgt spontaan het idee de kinderen een dansje te leren. Ellen Dolman: “Dat ze zelf het initiatief nemen, vind ik geweldig. Super dat ze uit hun comfortzone stappen en ervaren dat taal geen barrière meer is. Het Turks van onze leerling Tuna is zelfs de sleuteltaal.” De kleuters gillen het uit van plezier en doen volop mee.

Tranen

’s Avonds is er een barbecue en delen sommige jongeren levensverhalen bij het kampvuur. Iedereen duikt moe, maar voldaan zijn stapelbed in. De volgende ochtend heeft de spierpijn bij sommigen toegeslagen en eist het slaaptekort zijn tol door een vreemd bed. Het buitenspel met de leraren wordt geschrapt zodat er meer tijd is voor ontspanning. Veel jongeren lopen gearmd rond. Niels Pohlmann, manager Internationalisering van Berufskolleg Rheydt, blikt tevreden terug: “Iedereen heeft aan het hele programma meegedaan en heeft doorgezet, dat is het coole van dit concept.” In de middag is het tijd voor de kers op de taart: de filmvoorstelling van de zelfgemaakte videoclip. Mooie fotoportretten komen voorbij van de jongeren en als de dansvideoclip begint, verschijnt er op de vermoeide gezichten een brede lach. Ook bij Lisa die zich niet lekker voelt en bij Romano die al twee dagen last van liefdesverdriet heeft. Aan het einde van de film barst gejoel uit. De tranen staan in de ogen van onderwijsinstructeur Bas. Leerling Andreo neemt afscheid en zegt met trotse blik: “Ik heb alles meegedaan.”

 

Tekst: Anoushka van Bemmel