Behoefte aan uitwisseling van informatie over voortijdig schoolverlaten
16-12-2011
Voortijdig schoolverlaten is een groot probleem in Duitsland en in
Nederland. Lerende Euregio wijdde daarom op 6 en 7 december een
conferentie aan dit onderwerp in de School van de Toekomst van het
Koning Willem I College in Den Bosch.
Ondanks de verschillen in onderwijssystemen tussen beide landen,
vond 92% van de aanwezigen dat ze op de conferentie informatie
hebben opgedaan die toepasbaar is in de eigen organisatie en in het
eigen land.
Risico op uitval in beide landen
Na het openingswoord van Coen Free, collegevoorzitter van
Koning Willem I College, gastheer voor de tweedaagse conferentie,
legde Lambert Teerling van organisator Ler(n)ende Euregio het
risicomoment van voortijdige schooluitval uit. In Duitsland schuilt
het risico op uitval in het duale systeem. Jongeren die een
beroepsopleiding willen volgen, moeten na de middelbare school een
werkplek vinden bij een bedrijf dat ook zorgdraagt voor hun
opleiding. Lukt het de jongere niet om een werkplek te vinden, dan
kan hij terecht in de Berufsorientierung für Jugendlichte ohne
Ausbildungsplatz of Berufsgrundbildungsjahr. Alleen worden jongeren
daar niet altijd voldoende gestimuleerd om bezig te zijn met hun
toekomst waardoor de kans op uitval wederom hoog is.

In Nederland zit de grootste kans op uitval tussen het moment waarop het voortgezet onderwijs eindigt en het middelbaar beroepsonderwijs begint. Jongeren die nog niet duidelijk gekozen hebben voor een beroep of welke vervolgopleiding ze willen gaan doen, lopen het meeste risico om voortijdig de school te verlaten.
Praktijkvoorbeelden
In beide landen is de overgang van voortgezet onderwijs
naar beroepsonderwijs dan ook het meest precaire moment waarop
voortijdige schooluitval kan plaatsvinden.
Kern van de conferentie waren drie themagroepen waarin praktijkvoorbeelden uit Nederland en Duitsland centraal stonden. De eerste themagroep 'De overgang van school naar beroepsopleiding en werk' was gericht op de specifieke kenmerken van het Nederlandse en het Duitse systeem en de aanpak van de problemen bij de overgang van het voorgezet onderwijs naar het beroepsonderwijs. De tweede themagroep 'Empowerment' ging in op het stimuleren van talenten van jongeren. Empowerment houdt zich bezig met pedagogisch - didactische concepten voor jongeren die steun nodig hebben bij de ( her)oriëntatie op hun opleiding. De derde themagroep 'Begeleiding op maat' richtte zich op initiatieven die de individuele begeleiding centraal stellen.
Succesklas
De horecastudenten van het Koning Willem I College
verzorgden een smakelijke lunch in het restaurant van de school
waar de aanwezigen met elkaar in gesprek gingen over de workshops.
Uiteraard waren de verschillen tussen het Duitse en Nederlandse
onderwijssysteem het gespreksonderwerp. Maar de conferentiegangers
zochten in de gesprekken ook naar ervaringen die bruikbaar waren
voor de eigen school of organisatie. Met name de presentatie over
de Succesklas van het Koning Willem I College uit Den Bosch maakte
indruk op de aanwezigen. In de Succesklas worden jongeren begeleid
in het maken van een goede keuze voor een vervolgopleiding of een
beroep. "De Succesklas biedt veel ruimte voor oriëntatie op een
vervolgopleiding of een beroep. Bij ons op school hebben we daar
bijna geen tijd voor. Ik wil wel proberen om mijn afdelingsleider
te interesseren voor meer begeleiding bij de studiekeuze," aldus
een docent van het Carl-Severing-Berufskolleg. Ook het integraal
deelnamebeleid van ROC de Leijgraaf uit Veldhoven sloeg aan. Door
onder meer een registratiesysteem van alle examenleerlingen van de
vo-scholen is het aantal uitvallers geminimaliseerd. Mia Henstra,
de projectcoördinator voortijdige schooluitval van ROC Gilde
Opleidingen was onder de indruk van de resultaten van De Leijgraaf.
"Het is de bedoeling dat Gilde Opleidingen een sluitend systeem
krijgt om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. De resultaten
van De Leijgraaf geven aan dat een goede relatie met de
toeleverende scholen nodig is om alle examenleerlingen te kunnen
monitoren."

Daarnaast gaven de Duitse aanwezigen aan dat het KAIRO-project van ROC Rijn IJssel goed bruikbaar is. KAIRO maakt het mogelijk dat jongeren met zwaardere autisme-problematiek voor de betaalde arbeidsmarkt opgeleid kunnen worden. Opvallend is dat de uitval niet groter is dan bij de 'reguliere' studenten. Rijn IJssel gaat uit van de inclusiegedachte waardoor de KAIRO-deelnemers onder extra begeleiding in reguliere klassen het onderwijs volgen.
Blended Mentoring
Het Blended Mentoring Concept (BMC) van de Universiteit
van Paderborn is goed bruikbaar in Nederland. BMC heeft een
analogie met Blended Learning: begeleiding ter plekke (offline
begeleiding) aangevuld en verrijkt met online begeleiding. De
communicatie tussen docent en leerling gebeurt via een weblog. Doel
is een continue en systematische begeleiding van de leerling vanuit
school voor en na het practicum en tijdens de uitvoeringsfase. Door
deze begeleidingsaanpak krijgt de begeleidende docent een geheel
nieuwe rol. "Dit sluit ook aan bij de leefwereld van jongeren,"
zegt een docent van het Heinrich-Hertz Berufskolleg.
Overdrachtsmanagement
Daarnaast heeft het overdrachtsmanagement van het
Carl-Severing-Berufskolleg für Wirtschaft und Verwaltung in
Bielefeld de interesse van de Nederlanders. Deze school gaat ervan
uit dat jongeren die vanuit het Duitse voortgezet onderwijs in een
oriëntatie- en schakelprogramma terechtkomen
(Berufsgrundbildungsjahr) veel baat hebben bij een warme
overdracht. Daarom heeft men een systematische aanpak van
overdracht opgezet (Schnittstellenmanagement). Deze aanpak is
teamgericht en gaat over alle opleidingen heen. Het teamoverleg van
de betrokken docenten - inclusief de docenten van de toeleverende
scholen - is verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit van
de overdracht van vo naar Berufsgrundbildungsjahr. Centraal daarbij
staan de individuele begeleiding van leerlingen en het vergroten
van eigen verantwoordelijkheid voor het leren. Ook de collega's van
het Käthe-Kollwitz-Berufskolleg uit Oberhausen zijn geïnteresseerd
in het project uit Bielefeld. Zij hebben zelf een presentatie
gehouden over de uitgebreide individuele begeleiding van leerlingen
die zij zelf nastreven. "We besteden veel aandacht aan het moment
waarop de leerling naar ons toekomt met een ingangsdiagnose en
adviesdagen voorafgaand aan de inschrijving. Maar we hebben geen
uitgebreid overgangsmanagement zoals in Bielefeld. Dat zou een
prima aanvulling zijn op wat we al doen," aldus Barbara Frintrop
van het Käthe-Kollwitz-Berufskolleg.
Startkwalificatie
Na de themagroepen ging Ton Eimers in op de vraag of
Nederland het kan waarmaken dat iedere jongeren de school verlaat
met een startkwalificatie. De onderzoeker van het Kenniscentrum
Beroepsonderwijs en Arbeidsmarkt (KBA) te Nijmegen is hier positief
over. Al zijn er een aantal factoren die dit streven bemoeilijken
zoals de bezuinigingen op het passend onderwijs, de hogere eisen
die gesteld worden aan het niveau van taal en rekenen en te weinig
arbeidsplaatsen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Eimers wees op differentiatie in de aanpak van de drie groepen schoolverlaters die hij onderscheidt: de risico-jongeren, de jongeren met leerproblemen en de twijfelaars. Deze laatste groep is 40% van het aantal voortijdig schoolverlaters. Ze vallen niet op, want een onduidelijk beroepsperspectief is de reden voor uitval, waarschuwt Eimers. "Deze groep heeft nieuwe antwoorden nodig."
Tussen wal en schip
Marc Beutner en Hugo Kremer van het instituut CEVET van de
Universiteit van Paderborn beantwoorden in hun presentatie de vraag
welke beperkingen het Duitse opleidingssysteem kent in de overgang
van school naar werk. Op de eerste plaats is er een dissonantie
tussen het onderwijsaanbod en de behoefte van de leerlingen.
Specifieke doelgroepen komen minder aan hun trekken in het
overgangssysteem van school naar beroep waar het duale
opleidingssysteem de kern van vormt. Ze lopen vast in de
voorbereiding op een duaal leertraject. Daarnaast zijn er minder
werkplekken bij bedrijven door de economische crisis.

Hugo Kremer benadrukt in zijn presentatie dat het overgangssysteem niet gemoderniseerd is. Het zou zelfstandig moeten functioneren en ook kwalificeren. Nu fungeert het overgangssysteem als een systeem dat de problemen van beide 'echte' systemen ( voorgezet onderwijs en duaal systeem) ten dele oplost zonder voor de jongeren in het Übergangssystem een oplossing te bieden. Deze blijven dus tussen wal en schip vallen.
Nieuwe inzichten
De levendige discussie aan het eind van de eerste
conferentiedag leert dat zowel de Nederlandse als de Duitse
aanwezigen rijker zijn geworden aan nieuwe ideeën en inzichten. Het
zou fijn zijn als er in Duitsland ook één centrale plaats was
binnen een regio of stad waar alle informatie over schoolverlaters
bij elkaar kwam zodat er sprake kan zijn van 'overgangsmanagement',
aldus de Duitse delegatie. Ook zou er zoiets als een niveau
1-opleiding moeten komen in Duitsland, oppert een van de
aanwezigen. Voor jongeren die het niveau van een duale opleiding
niet aankunnen, zou dat een uitkomst kunnen bieden. Niet iedereen
is het daar mee eens. "Een assistentenopleiding werkt niet, want
die is niet erkend. Het bedrijfsleven accepteert dat niet. Je
vernietigt daarmee het zelfbeeld van jongeren, want ze kunnen in
het bedrijfsleven nergens terecht," aldus een van de bezoekers.
De Nederlanders roemen de teamgerichtheid van de Duitsers. "Want het voorkomen van voortijdige schooluitval moet je toch samen met elkaar doen," merkt een van de Nederlandse aanwezigen op.
Oplossingen
Na de teamgroepen op de tweede conferentiedag, krijgen de
aanwezigen de opdracht om gezamenlijk tijdens de lunch oplossingen
te bedenken om schooluitval te voorkomen.

Alles is mogelijk en budget speelt geen rol. De gesprekken aan tafel zijn geanimeerd. Aan het eind van de dag wordt een aantal oplossingen gepresenteerd. De meest opvallende oplossingen zijn:
- Leerlingen die een doel voorgehouden krijgen of zelf formuleren, zijn gemotiveerder. De motivatie kan gestimuleerd worden door competenties te verwerven middels cursussen, bedrijfsbezoeken en stages.
- Teamteaching: 2 docenten op een groep leerlingen. Een geeft les en de ander observeert en ondersteunt. Hierdoor heb je meer contact met de leerlingen.
- Coachingsysteem voor leraren hoe om te gaan met leerlingen die veel problemen hebben.
Ervaringen
Met een hoofd vol indrukken, informatie en ervaringen
keerden de conferentiegangers huiswaarts. Het merendeel van de
bezoekers waardeerden de tweedaagse bijeenkomst met een 8 of een 9.
Van de aanwezigen zegt 96% intensievere samenwerking te zoeken met
collegascholen. Zo ook Karin Kietzmann van het
Anne-Frank-Berufskolleg in Münster. "Het was een intensieve
conferentie met heel veel informatie. Informatie die mij
geïnspireerd heeft om een aantal zaken aan te kaarten bij mijn
afdelingsleider, zoals een sluitend registratiesysteem. Ik heb
nuttige contacten opgedaan zodat er ook eventueel uitvoering
gegeven kan worden aan de plannen die ik heb.